Posts tonen met het label naturalis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label naturalis. Alle posts tonen

dinsdag 19 augustus 2008

Frank Vermeij - Een klein slim printplaatje


Mijn werk is de ideeën voor de Wildebeesten tentoonstelling technisch mogelijk maken. Het is een hele interactieve tentoonstelling geworden. Om al die interactieve tentoonstellingsonderdelen (exhibits) te laten werken heb ik een klein elektronisch printplaatje gemaakt dat ik overal kan toepassen. Het is een soort minicomputertje. In totaal heb ik er wel honderd van laten maken.

Een leuke plek waar dit printje zijn werk doet is bij de exhibit ‘Besluip de kudde’. Je kruipt hier in de huid van een cheetah die jaagt op gnoekalfjes. Je moet de kudde heel voorzichtig benaderen, anders hebben ze je door en rennen ze weg. Het printje zit als sensor in de vloer, waar hij meet of je te snel sluipt. Er zit ook nog een sensor die ziet of je laag genoeg kruipt. Het wordt een hele toer om goed te jagen. Zo leer je welke tactiek de roofdieren gebruiken bij de jacht.
Nieuw in Wildebeesten zijn elektronische tekstschermpjes. Die komen in de plaats van de papieren teksten en daar kun je dus ook meer mee. Het printje zorgt ervoor dat het volgende plaatje verschijnt als je op de knop drukt.

Maar het printje kan veel meer. We gebruiken hem ook in de onderzoekstent. Daar moet je straks onderzoeken welke drol bij welk dier hoort, door ze aan te raken. Graaien in gnoepoep ja! En het printje kan voelen of je dat goed hebt gedaan.

Ook in de landrover en bij de oversteek van de Mararivier werkt het printje. Het is erg leuk om iets te bedenken dat op zoveel verschillende plekken kan worden ingezet.

Een belangrijke technisch nieuwtje in de tentoonstelling is de theaterinrichting. Die hebben we kunnen bekostigen uit een deel van de subsidie van onze hoofdsponsor de BankGiroLoterij. Er komt theatrale verlichting, een nieuwe geluidsinstallatie en een zogeheten ‘showcontroller’, die alles wat gebeurt in de zaal aan elkaar kan koppelen. Op een megagroot filmscherm zie je prachtige filmbeelden van Hugo van Lawick over de Serengeti. Als bezoeker kun je het thema van die films beïnvloeden. Kies je bijvoorbeeld het thema regen, dan verandert niet alleen het filmbeeld maar ook het licht, het geluid en daarmee de hele sfeer in de zaal. Ik denk dat menig theater jaloers zal zijn op de techniek die wij straks in Naturalis hebben!

Het filmbeeld is sowieso uniek. Vijf beamers projecteren samen één filmbeeld op het scherm van 16 meter breed. Elke beamer maakt wel een ander beeld, maar het lijkt alsof het één beeld is doordat de overgangen niet te zien zijn. Net zoals je een panoramafoto zou maken en steeds een stukje verder opschuift… maar dan anders. Het wordt heel bijzonder, je moet het echt zien.

Al met al zitten er aardig wat technische snufjes in Wildebeesten. Leuk om even de cijfers achter elkaar te zetten:
- 8 beamers

- een filmscherm van 16 bij 3 meter
- 23 elektronische tekstschermpjes
- 100 slimme printjes
- 16 digitale geluidskanalen
- 20 speakerboxen
- 48 lichtdimmers
- 17 PC’s (voor spelletjes, om het licht te sturen, etc.)
- 2,5 kilometer aan kabels

De komende tijd gaan we alles op elkaar afstemmen en dan starten we met het aanleggen van kabels etcetera. Na 24 augustus wordt de tentoonstelling Zo apen zo mensen afgebroken. Dat duurt een week. Dan hebben we een week om het theatergrid (zeg maar de verlichting) aan het plafond op te hangen, waarna we de tentoonstelling Wildebeesten gaan opbouwen. Er is dus nog een hoop werk te verrichten. Spannend om straks te zien hoe alles wat we hebben bedacht eruit komt te zien en gaat werken!

vrijdag 1 augustus 2008

Hein van Grouw - Mijn dieren zijn het meest populair - helaas


Ik zorg voor alle zoogdieren en vogels die Naturalis in haar wetenschappelijke collectie heeft. Dat is de grote verzameling van opgezette dieren, skeletten en huiden, die in die hoge toren staat naast het museum. Het zijn ook meteen de meest populaire dieren want ze spreken een groot publiek aan. En mij ook natuurlijk, als collectiebeheerder! Ik vind het heel belangrijk dat wij mensen vertellen over onze collectie, zodat je kunt leren hoe de natuur eruit ziet en hoe dat vroeger is geweest.

Mijn werk voor Wildebeesten zit er al weer op. Pieter en Ilse, die de nieuwe tentoonstelling bedenken, willen graag de belangrijkste dieren uit de Serengetivlakte in de zaal hebben. Dat vragen ze eerst aan mij: welke dieren heb je? Natuurlijk gaat dat om de gnoe, maar ook een zebra, leeuw, hyena en krokodil. Alleen: voor Wildebeesten heb ik maar heel weinig dieren. Dieren uit Afrika hebben we bijna niet. Het zwaartepunt van de Naturalis collectie ligt in Indonesië en Europa.

Een van de dieren die ik wel kon leveren voor Wildebeesten is de Rüppel’s gier. Dit exemplaar komt oorspronkelijk uit dierentuin Blijdorp en staat in mijn collectie. Vroeger werden veel dieren uit dierentuinen aan het museum gegeven om te worden opgenomen in de wetenschappelijke collectie. Deze gierensoort is genoemd naar Eduard Rüppel (1794-1884), een Duitse bioloog die veel onderzoek heeft gedaan naar de vogels van Oost-Afrika.
Omdat de gnoes echt massaal in kuddes over de Serengeti denderen, zou het natuurlijk het mooiste zijn om een grote kudde gnoes neer te zetten. Uiteindelijk hebben we vijf volwassen dieren en een jonkie kunnen krijgen. Geen grote kudde maar dat verbaast me niet. Ten eerste moet je specifiek de blauwe gnoe hebben die op de Serengeti rondtrekt. En dan zijn er maar zo’n tien musea die, als je geluk hebt, allemaal zo’n gnoe hebben en hem dan ook uit willen lenen.

Verder zijn niet alle dieren uit onze collectie geschikt om tentoon te stellen. Vroeger, zeg maar voor 1900, werden dieren nog wel opgezet voor de collectie. Dat deden ze niet voor het mooie, maar voor de wetenschap: je moet kunnen zien wat voor huid een dier heeft, hoe zijn botstructuur is etc. om te kunnen zeggen welke soort het is. Na 1900 werden dieren niet meer opgezet, heel praktisch vanwege ruimtegebrek. Nu worden huiden gebalgd, een soort gedroogd, en de botten bewaren we apart in lades. Dat is voor de wetenschap prima. Dit betekent wel dat de opgezette dieren die we hebben meer dan 100 jaar oud zijn en minder mooi. Nieuwe dieren krijgen we vaak vanuit dierentuinen zoals Blijdorp. Die werden toen opgezet voor de wetenschappelijke collectie, maar hiervoor zijn die eigenlijk minder interessant. Ze leven in dierentuinen onder andere omstandigheden dan in het wild, hun skelet wordt anders, ze krijgen minder grote kauwspieren omdat ze kant en klaar voer krijgen, het pigment in hun huid is anders, en ze krijgen misschien slijtageplekken. Met dit alles zijn ze dus niet te vergelijken met hun wilde soortgenoten en daarom minder geschikt als wetenschappelijk object. Als er nu voor tentoonstellingen een dier uit mijn collectie nodig is, geef ik ze dus meestal een voormalig dierentuin exemplaar.

Ik vind het tegelijkertijd ook lastig dat ‘mijn’ zoogdieren en vogels zo veelgevraagd zijn, want er zitten altijd risico’s aan het tentoonstellen van die dieren in het museum. Mensen mogen er absoluut niet aan zitten. Sowieso is de vacht behandeld met chemische middelen dus dat is niet goed om aan je handen te krijgen. Maar de vacht kan beschadigen door aanraking, de haren vallen dan uit bijvoorbeeld. En het klimaat in het museum is wel gereguleerd, continu 18 graden, maar toch minder dan in de toren. Bijvoorbeeld voor een zebra is het funest als het te warm is. De huid krimpt dan waardoor hij openscheurt. Juist die zoogdieren van meer dan 100 jaar oud zijn extra gevoelig voor temperatuur en vocht, omdat ze anders geprepareerd zijn. En dat zijn nu juist de kostbaarste exemplaren. Dus ik stel hoge eisen als dieren uit mijn collectie worden tentoongesteld. Dat is wel eens jammer want ik moet vaak nee zeggen. Maar die dieren moeten voor wetenschappelijk onderzoek nog wel een paar 100 jaar meegaan!

donderdag 17 juli 2008

Matthijs Vegter - Op zoek naar drollen

Als projectleider voor Wildebeesten bewaak ik de tijd, de kwaliteit en het geld voor het opbouwen van deze grote familietentoonstelling. Dat betekent vooral veel praten en vergaderen. Ik moet zorgen dat iedereen in het team zijn of haar werk kan doen. Nu hebben we een heel enthousiast, professioneel en creatief team dus dat gaat perfect. Iedereen wil de beste, slimste en creatiefste tentoonstelling maken binnen het budget dat we hebben. En iedereen werkt daar keihard voor. Samen maken we een mooi product waar we straks trots op kunnen zijn.

We beginnen altijd met de inhoud: wat is voor het publiek interessant om te zien, horen en leren en hoe vertellen wij dat verhaal? Tegelijk wordt er gewerkt aan de vormgeving: hoe vertaal je woorden in beelden, hoe komt de zaal eruit te zien? Het begint allemaal op papier; daarna krijgen de teksten en tekeningen echt een gezicht.

Wat ik leuk vind om te doen, is een creatief idee laten ‘landen’. Eerst is het nog een abstract idee, maar door concrete vragen te stellen wordt het beeld steeds duidelijker. Hoe ziet het er dan uit, wanneer is het af, klopt het beeld dat iedereen ervan heeft met het resultaat? Dan kom je er soms achter dat mensen toch verschillend over iets dachten, terwijl je dat gedurende het proces niet meteen gemerkt hebt. Het is de kunst om op tijd iedereen op een lijn te hebben.

Ik kom in contact met heel veel creatieve mensen met bijzondere talenten, op allerlei gebieden. Voor het vormgeven van een sfeerbepalend element in de zaal hebben we een filmproductiebedrijf in de arm genomen. De natuurfilms van de beroemde filmer Hugo van Lawick spelen een belangrijke rol in Wildebeesten. Achterin de zaal komt een werkelijk enorm filmscherm te hangen waarmee het publiek zelf kan ‘spelen’. Je kunt er als het ware zelf een film mee knippen en plakken en daarmee de hele tentoonstelling in een aparte sfeer dompelen. Meer zeg ik er niet over, dat moet je als bezoeker echt zelf ervaren.

Het gekste dat ik (tot nu toe) heb gedaan, is om poep vragen bij dierentuinen Artis en Blijdorp. Poep van leeuwen, hyena’s, zebra’s en natuurlijk gnoes (de hoofdrolspeler in de tentoonstelling). De drollen hebben bij mij in de schuur liggen drogen. Vooral die hyenapoep, die stinkt vreselijk.Nee, die drollen komen niet echt in de tentoonstelling te liggen. Een vormgever maakt er afgietsels van. Aan de vorm van die drollen kun je namelijk goed zien wat het dier gegeten heeft.

Er lukt soms ook iets niet, jammer genoeg. Soms is een inventief idee simpelweg te duur om uit te voeren. En soms komen onderdelen te laat binnen. Zo wilden we eerst diverse soorten gras laten groeien in de zaal. De zaden ervoor konden alleen niet op tijd meer worden geleverd, we zouden ze voor 21 juni (de langste dag) moeten hebben. Nu gaan we waarschijnlijk gedroogd gras neerleggen wat verzameld is door het Herbarium Wageningen.

Een dier waar ik iets speciaals mee heb, is de Thomsongazelle. Het was heel moeilijk om daar een exemplaar van te krijgen voor de tentoonstelling. Naturalis is niet gespecialiseerd in dieren uit Afrika, dus we hebben nagevraagd bij allerlei collega musea, ook in België, maar niemand had een Thomsongazelle. Trouwens ook de schedel en de huid van dit dier zijn erg schaars. Uiteindelijk is het toch gelukt: in Bonn staat een 100 jaar oude gazelle, die ze wel aan ons willen uitlenen. Het is een mooi dier op een ouderwetse sokkel die we niet mogen verwijderen. Ondanks zijn leeftijd ziet hij er nog patent uit. Hij neemt straks een mooi plekje in tussen de andere dieren die leven op de Serengetivlakte en die centraal staan in Wildebeesten.