Posts tonen met het label gnoe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gnoe. Alle posts tonen

vrijdag 19 september 2008

Elke dag verandert er iets


Gisteren (18 september) kreeg de hele projectgroep Wildebeesten een exclusieve rondleiding door de zaal in opbouw. Wat is het spannend om al die ideeën die we steeds besproken hebben, nu in het ‘echt’ te zien ontstaan. “Over 1 dag en 1 week moet alles op zijn plek staan en draaien. Dan hebben we nog 2 weken om de puntjes op de i te zetten.” Toen projectleider Matthijs dat zei in een nog wat lege en rommelige zaal, werden we toch wat zenuwachtig. Maar als je dan ziet wat er al wel staat en werkt, krijg je er enorm zin in. Elke dag verandert er van alles in de zaal.

In de nog lege ruimte trekt een soort omgekeerde witte parasol aan het plafond meteen de aandacht. Dat is het zogeheten ‘velum’, een doek waarmee de hele zaal in een ander licht kan worden gedompeld. Aan het plafond hangt nu een fijnmazig netwerk van allerlei spots. Dit lichtsysteem staat in directe verbinding met het gigantische filmscherm, zodat de sfeer aangepast wordt aan de beelden die je ziet. En dat kun je als bezoeker straks allemaal zelf bepalen als regisseur bij het grote mengpaneel.

Bij de ingang trilden we allemaal opeens op onze grondvesten. Frank demonstreerde de trilvloer, waar je letterlijk de wildebeesten voelt aan komen denderen. Suzanne van productie was de dag ervoor bij een geluidenmagiër op bezoek geweest om het geluid van een daverende kudde uit te zoeken. Dat wordt een overdenderende eerste stap op de Serengeti van Wildebeesten.

Op de grond ligt het tapijt met de plattegrond van de Serengeti en daarop de route die de wildebeesten afleggen. Nu nog leeg, maar straks staan de echte wildebeesten erop.
In een hoek staat een echte Landrover, te wachten totdat er iemand achter het stuur kruipt. Hij is in twee stukken naar binnen gebracht. Nu is het een complete auto, waarin van alles te ontdekken is. We verklappen niet alles, maar we hebben bijvoorbeeld echte Tanzaniaanse nummerplaten op de kop kunnen tikken en op de radio speelt muziek van een Tanzaniaans radiostation. Hij wordt zelfs officieel gekeurd als veilig speeltoestel. Je moet je bedwingen om er niet even in te klimmen.

Matthijs was opgelucht dat eindelijk de voelschedels door de douane heen waren voor de ‘Serengeti steakhouse’. Die hebben wel 4 weken vastgestaan, omdat documenten ontbraken, de post verkeerd werd bezorgd, een vergunning anders moest… Dat soort tegenslagen heb je in elk project wel, maar bij alle spanning die zich nu concentreert in deze paar weken, kun je ze beter niet hebben.
Ook is er nu goedkeuring om echt hooi te gebruiken om te laten zien hoeveel planteneters eigenlijk eten. Het hooi is helemaal geïmpregneerd en heeft 2 weken in een CO2-container gezeten om alle mogelijke beestjes te doden.

Ergens langs de kant ligt een plaat die helemaal vol zit met kleine sensoren. De printjes van Frank, die ‘voelen’ waar je staat als je de kudde aan het besluipen bent. Leuk om die techniek erachter te zien, straks zit die plaat omgedraaid in de vloer en zie je er niets meer van terug.

Overal staan al kisten en ligt materiaal, bijna niets staat nog op zijn goede plek. Maar met elke stap die we in de zaal zetten, werden we enthousiaster. Wildebeesten wordt een hele spannende tentoonstelling!



dinsdag 19 augustus 2008

Frank Vermeij - Een klein slim printplaatje


Mijn werk is de ideeën voor de Wildebeesten tentoonstelling technisch mogelijk maken. Het is een hele interactieve tentoonstelling geworden. Om al die interactieve tentoonstellingsonderdelen (exhibits) te laten werken heb ik een klein elektronisch printplaatje gemaakt dat ik overal kan toepassen. Het is een soort minicomputertje. In totaal heb ik er wel honderd van laten maken.

Een leuke plek waar dit printje zijn werk doet is bij de exhibit ‘Besluip de kudde’. Je kruipt hier in de huid van een cheetah die jaagt op gnoekalfjes. Je moet de kudde heel voorzichtig benaderen, anders hebben ze je door en rennen ze weg. Het printje zit als sensor in de vloer, waar hij meet of je te snel sluipt. Er zit ook nog een sensor die ziet of je laag genoeg kruipt. Het wordt een hele toer om goed te jagen. Zo leer je welke tactiek de roofdieren gebruiken bij de jacht.
Nieuw in Wildebeesten zijn elektronische tekstschermpjes. Die komen in de plaats van de papieren teksten en daar kun je dus ook meer mee. Het printje zorgt ervoor dat het volgende plaatje verschijnt als je op de knop drukt.

Maar het printje kan veel meer. We gebruiken hem ook in de onderzoekstent. Daar moet je straks onderzoeken welke drol bij welk dier hoort, door ze aan te raken. Graaien in gnoepoep ja! En het printje kan voelen of je dat goed hebt gedaan.

Ook in de landrover en bij de oversteek van de Mararivier werkt het printje. Het is erg leuk om iets te bedenken dat op zoveel verschillende plekken kan worden ingezet.

Een belangrijke technisch nieuwtje in de tentoonstelling is de theaterinrichting. Die hebben we kunnen bekostigen uit een deel van de subsidie van onze hoofdsponsor de BankGiroLoterij. Er komt theatrale verlichting, een nieuwe geluidsinstallatie en een zogeheten ‘showcontroller’, die alles wat gebeurt in de zaal aan elkaar kan koppelen. Op een megagroot filmscherm zie je prachtige filmbeelden van Hugo van Lawick over de Serengeti. Als bezoeker kun je het thema van die films beïnvloeden. Kies je bijvoorbeeld het thema regen, dan verandert niet alleen het filmbeeld maar ook het licht, het geluid en daarmee de hele sfeer in de zaal. Ik denk dat menig theater jaloers zal zijn op de techniek die wij straks in Naturalis hebben!

Het filmbeeld is sowieso uniek. Vijf beamers projecteren samen één filmbeeld op het scherm van 16 meter breed. Elke beamer maakt wel een ander beeld, maar het lijkt alsof het één beeld is doordat de overgangen niet te zien zijn. Net zoals je een panoramafoto zou maken en steeds een stukje verder opschuift… maar dan anders. Het wordt heel bijzonder, je moet het echt zien.

Al met al zitten er aardig wat technische snufjes in Wildebeesten. Leuk om even de cijfers achter elkaar te zetten:
- 8 beamers

- een filmscherm van 16 bij 3 meter
- 23 elektronische tekstschermpjes
- 100 slimme printjes
- 16 digitale geluidskanalen
- 20 speakerboxen
- 48 lichtdimmers
- 17 PC’s (voor spelletjes, om het licht te sturen, etc.)
- 2,5 kilometer aan kabels

De komende tijd gaan we alles op elkaar afstemmen en dan starten we met het aanleggen van kabels etcetera. Na 24 augustus wordt de tentoonstelling Zo apen zo mensen afgebroken. Dat duurt een week. Dan hebben we een week om het theatergrid (zeg maar de verlichting) aan het plafond op te hangen, waarna we de tentoonstelling Wildebeesten gaan opbouwen. Er is dus nog een hoop werk te verrichten. Spannend om straks te zien hoe alles wat we hebben bedacht eruit komt te zien en gaat werken!

maandag 11 augustus 2008

Astrid Kromhout - Op stap met een gnoe

Je maakt de raarste dingen mee als je voor Naturalis werkt. Wildebeesten is de eerste grote familietentoonstelling waar ik bij betrokken ben als communicatieadviseur op de afdeling Marketing. En ik val van de ene verbazing in de andere. Niet alleen waar je allemaal aan moet denken bij het maken van zo’n tentoonstelling en wie er allemaal bij betrokken zijn. De geweldige ideeën die er opborrelen en de zorgvuldigheid waarmee al die creativiteit binnen het verhaal van de Serengeti gepast wordt. Want het moet wel kloppen wat we zeggen.

Maar ook de gekke dingen die je op je pad komen. Zo ben ik op stap geweest met een echte gnoe! Nou ja, de buste van een gnoe. Maar wel een echte. Eentje uit de collectie van Hein. Je ziet nooit zo’n wild beest van zo dichtbij, dat is wel indrukwekkend. Hij moest naar Amsterdam om gefotografeerd te worden voor de reclamecampagne, die door ons reclamebureau De Ideeënbus is bedacht. En ja, die horens, dat moesten natuurlijk ook echte gnoehorens zijn, want dat hoort bij Naturalis. Omdat het een echte opgezette gnoekop is, moest ik hem letterlijk met handschoentjes aanpakken. Hij logeerde een nachtje bij me thuis; de volgende ochtend kwam ik slaperig de trap af, zag in mijn ooghoek het beest op de deurmat staan en was meteen klaarwakker! Nog eens wat anders dan je ochtendkrantje.
Hij reed gezellig met me mee achterin de auto naar Amsterdam, waar fotograaf Marcel Christ hem als fotomodel kon gebruiken. Ter plekke bleek, dat de opgezette gnoekop te kwetsbaar was om te gebruiken, met dat papier om hem heen. Dus is er uiteindelijk een gnoeschedel gebruikt; de contouren van de kop konden goed door het papier heen zichtbaar worden gemaakt. Reclamebureau De Ideeenbus uit Amsterdam doet op haar eigen weblog verslag van 'the making of' de campagne voor Wildebeesten. Met foto's van de ingewikkelde fotosessie met de schedel van de gnoe en het papier.

Het beeld van de horens die door het papier denderen en de krachtige titel geven precies weer wat Wildebeesten is: een spannend avontuur dat je meemaakt met de gnoe en alle andere dieren die niet zonder hem kunnen op de Serengetivlakte. In het marketingplan, dat ik aan het begin van het traject opgesteld heb, staat die kernboodschap ook beschreven. Verder staat erin hoeveel bezoekers we willen trekken, welke doelgroepen we willen bereiken en hoe we dat voor elkaar willen krijgen. Het campagnebeeld gaan we gebruiken in folders, posters, de website en voor allerlei activiteiten en evenementen die we gaan organiseren. Nu zijn we bezig met het uitwerken van die activiteiten, voor gezinnen met kinderen, maar ook voor doelgroepen als fotografen en toeristen.

Een van die activiteiten loopt al: bij Beeld en Geluid in Hilversum krijgen kinderen een gratis voucher voor een bezoek aan Naturalis, en bij Naturalis krijgen ze een voucher voor Beeld en Geluid. Wij hebben namelijk samen het eigendom van de films van de beroemde natuurfilmer baron Hugo van Lawick. Deze films zijn eigenlijk de basis voor onze tentoonstelling Wildebeesten, en ook voor de tentoonstelling ZOOM Safari die nu draait bij Beeld en Geluid. Twee heel verschillende tentoonstellingen met een knipoog naar elkaar. We hopen dat ze elkaar ook wederzijds versterken qua bezoekers!
Op deze manier maken we nu al promotie voor Wildebeesten. Dat doen we ook met het promotiefilmpje dat je hier rechts op het weblog ziet. Het was heel leuk om bij het maken van die film betrokken te zijn. Samen met regisseur Erik den Boer van Los Imagos hebben we een draaiboekje bedacht, de kinderen van mijn collega Mechelien spelen de hoofdrollen en de Landrover is ter beschikking gesteld door Teije Proost van Amstel Landrovers. Het is precies zo’n zelfde Landrover als die gebruikt werd door Hugo van Lawick voor zijn filmopnames in de Serengeti. Sterker nog: Teije heeft nog met hem samengewerkt. Bovendien komt er een heuse Landrover in de tentoonstelling te staan, waarvan alles behalve de motor nog werkt! Betere verweving van vorm en inhoud is er bijna niet. En dat past helemaal bij Naturalis.

vrijdag 1 augustus 2008

Hein van Grouw - Mijn dieren zijn het meest populair - helaas


Ik zorg voor alle zoogdieren en vogels die Naturalis in haar wetenschappelijke collectie heeft. Dat is de grote verzameling van opgezette dieren, skeletten en huiden, die in die hoge toren staat naast het museum. Het zijn ook meteen de meest populaire dieren want ze spreken een groot publiek aan. En mij ook natuurlijk, als collectiebeheerder! Ik vind het heel belangrijk dat wij mensen vertellen over onze collectie, zodat je kunt leren hoe de natuur eruit ziet en hoe dat vroeger is geweest.

Mijn werk voor Wildebeesten zit er al weer op. Pieter en Ilse, die de nieuwe tentoonstelling bedenken, willen graag de belangrijkste dieren uit de Serengetivlakte in de zaal hebben. Dat vragen ze eerst aan mij: welke dieren heb je? Natuurlijk gaat dat om de gnoe, maar ook een zebra, leeuw, hyena en krokodil. Alleen: voor Wildebeesten heb ik maar heel weinig dieren. Dieren uit Afrika hebben we bijna niet. Het zwaartepunt van de Naturalis collectie ligt in Indonesië en Europa.

Een van de dieren die ik wel kon leveren voor Wildebeesten is de Rüppel’s gier. Dit exemplaar komt oorspronkelijk uit dierentuin Blijdorp en staat in mijn collectie. Vroeger werden veel dieren uit dierentuinen aan het museum gegeven om te worden opgenomen in de wetenschappelijke collectie. Deze gierensoort is genoemd naar Eduard Rüppel (1794-1884), een Duitse bioloog die veel onderzoek heeft gedaan naar de vogels van Oost-Afrika.
Omdat de gnoes echt massaal in kuddes over de Serengeti denderen, zou het natuurlijk het mooiste zijn om een grote kudde gnoes neer te zetten. Uiteindelijk hebben we vijf volwassen dieren en een jonkie kunnen krijgen. Geen grote kudde maar dat verbaast me niet. Ten eerste moet je specifiek de blauwe gnoe hebben die op de Serengeti rondtrekt. En dan zijn er maar zo’n tien musea die, als je geluk hebt, allemaal zo’n gnoe hebben en hem dan ook uit willen lenen.

Verder zijn niet alle dieren uit onze collectie geschikt om tentoon te stellen. Vroeger, zeg maar voor 1900, werden dieren nog wel opgezet voor de collectie. Dat deden ze niet voor het mooie, maar voor de wetenschap: je moet kunnen zien wat voor huid een dier heeft, hoe zijn botstructuur is etc. om te kunnen zeggen welke soort het is. Na 1900 werden dieren niet meer opgezet, heel praktisch vanwege ruimtegebrek. Nu worden huiden gebalgd, een soort gedroogd, en de botten bewaren we apart in lades. Dat is voor de wetenschap prima. Dit betekent wel dat de opgezette dieren die we hebben meer dan 100 jaar oud zijn en minder mooi. Nieuwe dieren krijgen we vaak vanuit dierentuinen zoals Blijdorp. Die werden toen opgezet voor de wetenschappelijke collectie, maar hiervoor zijn die eigenlijk minder interessant. Ze leven in dierentuinen onder andere omstandigheden dan in het wild, hun skelet wordt anders, ze krijgen minder grote kauwspieren omdat ze kant en klaar voer krijgen, het pigment in hun huid is anders, en ze krijgen misschien slijtageplekken. Met dit alles zijn ze dus niet te vergelijken met hun wilde soortgenoten en daarom minder geschikt als wetenschappelijk object. Als er nu voor tentoonstellingen een dier uit mijn collectie nodig is, geef ik ze dus meestal een voormalig dierentuin exemplaar.

Ik vind het tegelijkertijd ook lastig dat ‘mijn’ zoogdieren en vogels zo veelgevraagd zijn, want er zitten altijd risico’s aan het tentoonstellen van die dieren in het museum. Mensen mogen er absoluut niet aan zitten. Sowieso is de vacht behandeld met chemische middelen dus dat is niet goed om aan je handen te krijgen. Maar de vacht kan beschadigen door aanraking, de haren vallen dan uit bijvoorbeeld. En het klimaat in het museum is wel gereguleerd, continu 18 graden, maar toch minder dan in de toren. Bijvoorbeeld voor een zebra is het funest als het te warm is. De huid krimpt dan waardoor hij openscheurt. Juist die zoogdieren van meer dan 100 jaar oud zijn extra gevoelig voor temperatuur en vocht, omdat ze anders geprepareerd zijn. En dat zijn nu juist de kostbaarste exemplaren. Dus ik stel hoge eisen als dieren uit mijn collectie worden tentoongesteld. Dat is wel eens jammer want ik moet vaak nee zeggen. Maar die dieren moeten voor wetenschappelijk onderzoek nog wel een paar 100 jaar meegaan!

vrijdag 25 juli 2008

Pieter Aartsen - Lekker met een leeg vel beginnen


Voor elke tentoonstelling bij Naturalis, dus ook voor Wildebeesten, maak ik het ruimtelijk ontwerp. Ik schets hoe de zaal eruit moet komen te zien en ik bedenk de vorm en de functie van de onderdelen van de tentoonstelling. Daarvoor werk ik nauw samen met mijn collega Ilse, zij is de inhoudsontwikkelaar. Zij komt later in dit blog aan het woord. Wij zijn eigenlijk het creatieve team van Naturalis: tekst en beeld komen bij ons vandaan. Het is wel uniek dat een museum zo’n team in huis heeft, meestal zie je dat met name het 3 D-ontwerp wordt uitbesteed.

De eerste periode zijn we veel met elkaar in overleg, dan moeten we alles vanaf nul creëren. Dat vind ik ook het allerleukste om te doen. Lekker met een leeg vel beginnen! Ik hoef me minder met de inhoud te bemoeien en ik kan dan ook heerlijk domme dingen vragen aan Ilse, maar dat maakt wel dat ze sommige dingen sterker gaat formuleren of nog eens wil uitzoeken. De meeste energie gaat in die beginfase zitten in het helder krijgen van de kernboodschap: wat willen we het publiek met de tentoonstelling vertellen? Beter nog: wat wil het publiek van ons horen als het over de gnoes, Afrika en de Serengeti gaat? Dat is de ruggengraat van de tentoonstelling, als je dat helder hebt is dat in de rest van het proces ook veel makkelijker voor alle anderen die ermee aan de slag gaan. Samen met het reclamebureau hebben we hierover gebrainstormd, wat uiteindelijk leidde tot de zin die alles in zich heeft: Het avontuur van de grote trektocht.

In het begin is alles nog mogelijk en er zingen dan heel veel ideeën rond. Daarna moet ik die ideeën hard maken, dat valt vaak tegen. Soms is iets bijvoorbeeld technisch niet haalbaar en dan moet je het idee laten vallen. Je kunt wel wat verzinnen op papier, maar dat omzetten in iets dat echt werkt is niet altijd even makkelijk.
Een exhibit, zeg maar een afgebakend onderdeel van de tentoonstelling, moet op eigen benen kunnen staan. Een exhibit die nu bijvoorbeeld in Wildebeesten komt te staan, is de gnoe karaoke: met zijn allen kun je dan zo goed mogelijk het geluid van een gnoe nadoen, wordt erg leuk. Wat ik bedoel is dat een bezoeker daarmee zonder uitleg aan de slag moet kunnen. Ik verzin het idee en hoe het eruit moet zien, maar ik moet er daarna als het ware uitstappen en vanuit de bezoeker kunnen kijken. Snapt die het ook? En we willen ook graag dat iemand er nog wat van leert. We willen voorkomen dat een exhibit niet voldoende communiceert.

In een van die exhibits ligt mijn favoriete object, waarmee ik op de foto sta. Het is een verdovingsgeweer, met pijltje, dat echt in de Serengeti wordt gebruikt. Daarmee verdoven ze leeuwen die dan een halsband omkrijgen om ze te kunnen volgen. Hoe dat onderzoek precies werkt, zie je straks in de tentoonstelling in een heuse onderzoekstent.

Op dit moment zitten we in de fase waarin alle ideeën geproduceerd moeten worden. We zijn dus in gesprek met veel externe partijen waarmee we een bouwteam hebben geformeerd. Ik voel me een soort dirigent: ik heb de vorm en de functionaliteit bedacht, nu maken we de vertaalslag: hoe ziet het eruit en wat doet het? Samen moeten we de muziek maken en het mag niet vals klinken!Ik vind het wel moeilijk om al die mensen aan het werk te krijgen, want er komen steeds nieuwe vragen op me af. Ik moet goed uitleggen wat ik wil met een exhibit, maak nieuwe tekeningen, moet soms dingen aanpassen… Deze fase kost veel tijd.

Binnenkort krijgen we de eerste voorstellen voor een aantal exhibits, onder andere de gnoe karaoke maar ook bijvoorbeeld voor de oversteek van de Mara rivier. Dit is een heel spannende fase in de grote trek van de gnoes. Ze steken dan massaal een brede rivier over waarin heel veel krokodillen op de loer liggen. Dat gaan we in de zaal nabootsen, dat moet je meemaken!

donderdag 17 juli 2008

Matthijs Vegter - Op zoek naar drollen

Als projectleider voor Wildebeesten bewaak ik de tijd, de kwaliteit en het geld voor het opbouwen van deze grote familietentoonstelling. Dat betekent vooral veel praten en vergaderen. Ik moet zorgen dat iedereen in het team zijn of haar werk kan doen. Nu hebben we een heel enthousiast, professioneel en creatief team dus dat gaat perfect. Iedereen wil de beste, slimste en creatiefste tentoonstelling maken binnen het budget dat we hebben. En iedereen werkt daar keihard voor. Samen maken we een mooi product waar we straks trots op kunnen zijn.

We beginnen altijd met de inhoud: wat is voor het publiek interessant om te zien, horen en leren en hoe vertellen wij dat verhaal? Tegelijk wordt er gewerkt aan de vormgeving: hoe vertaal je woorden in beelden, hoe komt de zaal eruit te zien? Het begint allemaal op papier; daarna krijgen de teksten en tekeningen echt een gezicht.

Wat ik leuk vind om te doen, is een creatief idee laten ‘landen’. Eerst is het nog een abstract idee, maar door concrete vragen te stellen wordt het beeld steeds duidelijker. Hoe ziet het er dan uit, wanneer is het af, klopt het beeld dat iedereen ervan heeft met het resultaat? Dan kom je er soms achter dat mensen toch verschillend over iets dachten, terwijl je dat gedurende het proces niet meteen gemerkt hebt. Het is de kunst om op tijd iedereen op een lijn te hebben.

Ik kom in contact met heel veel creatieve mensen met bijzondere talenten, op allerlei gebieden. Voor het vormgeven van een sfeerbepalend element in de zaal hebben we een filmproductiebedrijf in de arm genomen. De natuurfilms van de beroemde filmer Hugo van Lawick spelen een belangrijke rol in Wildebeesten. Achterin de zaal komt een werkelijk enorm filmscherm te hangen waarmee het publiek zelf kan ‘spelen’. Je kunt er als het ware zelf een film mee knippen en plakken en daarmee de hele tentoonstelling in een aparte sfeer dompelen. Meer zeg ik er niet over, dat moet je als bezoeker echt zelf ervaren.

Het gekste dat ik (tot nu toe) heb gedaan, is om poep vragen bij dierentuinen Artis en Blijdorp. Poep van leeuwen, hyena’s, zebra’s en natuurlijk gnoes (de hoofdrolspeler in de tentoonstelling). De drollen hebben bij mij in de schuur liggen drogen. Vooral die hyenapoep, die stinkt vreselijk.Nee, die drollen komen niet echt in de tentoonstelling te liggen. Een vormgever maakt er afgietsels van. Aan de vorm van die drollen kun je namelijk goed zien wat het dier gegeten heeft.

Er lukt soms ook iets niet, jammer genoeg. Soms is een inventief idee simpelweg te duur om uit te voeren. En soms komen onderdelen te laat binnen. Zo wilden we eerst diverse soorten gras laten groeien in de zaal. De zaden ervoor konden alleen niet op tijd meer worden geleverd, we zouden ze voor 21 juni (de langste dag) moeten hebben. Nu gaan we waarschijnlijk gedroogd gras neerleggen wat verzameld is door het Herbarium Wageningen.

Een dier waar ik iets speciaals mee heb, is de Thomsongazelle. Het was heel moeilijk om daar een exemplaar van te krijgen voor de tentoonstelling. Naturalis is niet gespecialiseerd in dieren uit Afrika, dus we hebben nagevraagd bij allerlei collega musea, ook in België, maar niemand had een Thomsongazelle. Trouwens ook de schedel en de huid van dit dier zijn erg schaars. Uiteindelijk is het toch gelukt: in Bonn staat een 100 jaar oude gazelle, die ze wel aan ons willen uitlenen. Het is een mooi dier op een ouderwetse sokkel die we niet mogen verwijderen. Ondanks zijn leeftijd ziet hij er nog patent uit. Hij neemt straks een mooi plekje in tussen de andere dieren die leven op de Serengetivlakte en die centraal staan in Wildebeesten.